AREI-dekking

Wat controleert de AREI-zelfcontrole van PlanElec?

De volledige lijst van de regels die PlanElec automatisch toetst — en een even expliciete lijst van wat de zelfcontrole niet beoordeelt.

7 minBijgewerkt op 18 augustus 2026

In PlanElec zitten twee verschillende dingen die makkelijk verward worden.

De geïntegreerde regeltekst is volledig: AREI Boek 1, Versie 06 (K.B. 06.10.2025, van kracht sinds 1 april 2026), Delen 1 tot en met 9, in het Nederlands, Frans en Duits. Die kunt u in de toepassing raadplegen.

De automatische zelfcontrole dekt daarvan slechts een deel. Deze pagina zegt precies welk deel dat is. Wij vermelden de regels die getoetst worden én de gebieden waar de toepassing geen uitspraak doet, omdat een onvolledige controle die zich als volledig voordoet gevaarlijker is dan helemaal geen controle.

De zelfcontrole is een voorbereiding. Het officiële oordeel komt uitsluitend van een erkend controleorganisme.

Wat automatisch getoetst wordt

De toepassing kent op dit moment 38 controles. Daarvan verwijzen er 24 naar een concreet AREI-artikel; de overige 14 zijn praktijkregels of plausibiliteitscontroles die wij als zodanig aanduiden en die geen reglementaire verplichting zijn.

Een controle levert pas een resultaat op wanneer de nodige projectgegevens ingevuld zijn. Ontbreken die, dan markeert het rapport de controle als onvolledig — nooit als geslaagd.

Beveiliging

ControleWat er getoetst wordtBasisErnst
HoofddifferentieelschakelaarAan het hoofd van de installatie moet een differentieelschakelaar van hoogstens 300 mA aanwezig zijn.AREI 4.2.4.3Fout
Max. stroomkringen per hooggevoelige differentieelHoogstens 8 eindstroomkringen per hooggevoelige differentieelschakelaar (≤ 30 mA).AREI 4.2.4.3.bFout
Nominale waarden van rolluikactorenRolluikactoren op DIN-rail vragen een automaat of aardlekautomaat stroomopwaarts; beveiligings- en motorlast blijven binnen de gecatalogiseerde ingangs- en kanaalwaarden.PraktijkregelFout
Beveiliging van laadpunten (EV-laden)Een laadpunt vraagt een eigen stroomkring, een toegewijde differentieelschakelaar en buiten minstens IP44.AREI 7.22.4Fout
Selectiviteit van differentieelschakelaars (praktijkaanbeveling)Praktijkadvies: stem gevoeligheid en tijd af tussen boven- en ondergeschikte differentieelschakelaars (IEC 60364-5-53).PraktijkregelWaarschuwing
30mA-differentieel voor stopcontactkringenAlle stopcontactkringen moeten door een differentieelschakelaar van 30 mA beschermd zijn.AREI 4.2.4.3.bFout
Overspanningsbeveiliging (SPD)Een overspanningsbeveiliging (SPD) wordt beoordeeld op aanwezigheid; het AREI legt geen algemene plicht op.AREI 4.5.1Waarschuwing
Hoofdschakelaar min. 40 AEen hoofdschakelaar moet aanwezig zijn en in huishoudelijke installaties minstens 40 A bedragen.AREI 5.3.5.1.bFout
Hoofddifferentieel min. 40 ADe differentieelschakelaar aan het voedingspunt moet minstens 40 A nominale stroom hebben.AREI 5.3.5.3.aFout
VerdeelbordindelingVerdeelkast: bezetting binnen het aantal modules, een differentieelschakelaar per rij en een reserve van ongeveer 20 %.PraktijkregelWaarschuwing
Ingebouwde wandverwarming: differentieel 100 mAIn wanden ingebouwde verwarmingsweerstanden boven 25 V AC vragen een afzonderlijke differentieelschakelaar van 100 mA.AREI 4.2.4.3.bFout
Poolconfiguratie van huishoudelijke installatieEenpolige automaten zijn in Belgische woningen met sterschakeling niet toegelaten; gebruik 1P+N.AREI 4.4.4.2Waarschuwing
Uitschakelkarakteristiek tegenover belastingstypePraktijkadvies: de karakteristiek B, C of D van de automaat moet passen bij het type belasting.PraktijkregelWaarschuwing
Back-upbeveiliging van voedingsleidingen tussen verdeelbordenEen voedingsleiding naar een onderverdeler vraagt een eigen beveiliging in de voedende kast en een consistente koppeling.AREI 4.4.1.4Fout
Uitschakelvermogen tegenover kortsluitstroomHet uitschakelvermogen van elke automaat moet de verwachte kortsluitstroom aankunnen; enkel gecontroleerd bij ingevulde waarde.AREI 5.3.5.5Fout

Aarding

ControleWat er getoetst wordtBasisErnst
Hoofdequipotentiale verbindingEr moet een hoofdequipotentiaalverbinding (aardingsrail) aanwezig zijn.AREI 4.2.3.2Fout
Aardingselektrode (aardingslus/aardpen)Bij een TT- of IT-net moet een aardingselektrode gedocumenteerd zijn.AREI 4.2.3Fout
Plausibiliteit van aarding en netaansluitingPlausibiliteitscontrole: een openbare huishoudelijke 3×230 V-aansluiting met een opgeslagen TN-stelsel vraagt nazicht.PraktijkregelWaarschuwing

Kabels en dimensionering

ControleWat er getoetst wordtBasisErnst
KabeldoorsnedeDe kabeldoorsnede moet passen bij de nominale stroom van de beveiliging.AREI 5.2.2Fout
Spanningsval (ΔU)Spanningsval berekend uit kabellengte: richtwaarde 3 % voor verlichting en 5 % voor andere eindstroomkringen.AREI 5.2.5Fout
CPR-brandklasse van kabelsAfzonderlijk geplaatste kabels moeten de eigenschap F1 hebben of minstens CPR-klasse Eca halen; klasse Fca is niet toegestaan.AREI 5.2.7.2Fout
Bekabeling in holle wanden: Cca/PreflexKabels in bouwkundige holle ruimtes lopen in een mantelbuis (Preflex) of halen minstens CPR-klasse Cca.AREI 4.3.3.5.bFout

Belasting van stroomkringen

ControleWat er getoetst wordtBasisErnst
Max. contactpunten per eindstroomkringHoogstens 8 stopcontacten en vaste toestellen per eindstroomkring; zuivere lichtpunten tellen niet mee.AREI 5.3.5.2bFout
FaseonbalansPraktijkadvies: de onbalans tussen de fasen blijft best onder 30 %.PraktijkregelWaarschuwing

Ruimtes en zones

ControleWat er getoetst wordtBasisErnst
30mA-beveiliging voor vochtige ruimtenStopcontacten in vochtige ruimtes moeten door een differentieelschakelaar van 30 mA beschermd zijn.AREI 4.2.4.4Fout
30mA-differentieel voor badkamerkringenAlle stroomkringen in badkamers en vochtige ruimtes moeten door een differentieelschakelaar van 30 mA beschermd zijn.AREI 7.1.4.3Fout
Badkamerzones 0/1/2: toegelaten materieelIn badkamervolumes 0, 1 en 2 is enkel bepaald materieel toegelaten; verdeelkasten zijn er verboden.AREI 7.1.5.2Fout
Rookmelderdekking (aanbeveling)Niet-bindend advies op basis van de gewestelijke woningregels; het AREI zelf schrijft rookmelders voor woningen niet voor.PraktijkregelWaarschuwing

Topologie en besturing

ControleWat er getoetst wordtBasisErnst
Stuurwegen van elektrische rolluikenPlausibiliteitscontrole: directe schakelaars, actoringangen, centrale bedieningen en aandrijvingstypes vormen samen een samenhangend besturingstraject.PraktijkregelFout

Fotovoltaïsche installatie

ControleWat er getoetst wordtBasisErnst
Conformiteit van PV-installatiePV-installatie: anti-eilandbedrijf, aarding van de modulekaders, waarschuwingsborden en kenmerking van DC- en AC-geleiders.AREI 7.112.2Fout
Somstroom in verdeelborden met meerdere voedingsbronnenBij een verdeelkast met eigen opwekking worden net- en bronstroom per fase opgeteld op gemeenschappelijk belaste secties.PraktijkregelFout

Volledigheid van het dossier

ControleWat er getoetst wordtBasisErnst
Volledige verbindingenElk element in het schema moet aangesloten zijn; losse knooppunten wijzen op een onvolledig model.PraktijkregelWaarschuwing
Min. aantal verlichtingskringenPraktijkadvies: minstens twee verlichtingsstroomkringen per wooneenheid.PraktijkregelWaarschuwing
Afzonderlijke stroomkringen voor grootverbruikersGrote toestellen zoals wasmachine, droogkast, vaatwasser, kookplaat en oven vragen elk een eigen stroomkring.AREI 4.3.3.3Fout
Installatiedossier (AREI 9.1.2)Het installatiedossier vraagt een eendraadschema, een situatieplan en een volledige cartouche; PV vraagt bijkomende documenten.PraktijkregelWaarschuwing
Plaatsing van verbindings-/aftakdozenStructurele aftakdozen moeten precies één keer en consistent in het schema voorkomen.AREI 3.1.2.3Waarschuwing
Niet-gekoppelde elektrische grondplansymbolenToestellen op het grondplan zonder koppeling aan de elektrische topologie worden als informatie gemeld.PraktijkregelInformatie
Plausibiliteit van schakelgroepenPlausibiliteitscontrole: een schakelgroep bevat minstens één schakelaar en minstens één geschakelde belasting.PraktijkregelWaarschuwing

Wat de zelfcontrole niet beoordeelt

Deze onderdelen van Boek 1 blijven bewust buiten de automatische toetsing:

Bijzondere installaties en ruimtes (Deel 7). Van de veertien hoofdstukken raakt PlanElec er drie, en die telkens gedeeltelijk: ruimtes met bad of douche (7.1), voeding van elektrische wegvoertuigen (7.22) en huishoudelijke fotovoltaïsche installaties (7.112). Niet gedekt zijn zwembaden (7.2), sauna's (7.3), werf- en buiteninstallaties (7.4), enge geleidende ruimtes (7.6), campings (7.8), jachthavens (7.9), foorinstallaties (7.11), fonteinen (7.100), stationerende voertuigen (7.101), explosieve atmosferen (7.102) en industriële accumulatorbatterijen (7.103).

De gelijkstroomzijde. Het model kent geen afzonderlijke rollen voor de geleiders L+, L-, M, PEM en PEL. Daardoor zijn geleiderkeuze, kleurstelling, gecombineerde beschermingsgeleiders, DC-differentieelgevoeligheid, de bescherming van de M-geleider en permanente isolatiebewaking bij een IT-stelsel niet toetsbaar. Voor PV blijft dat handwerk.

De overgangsbepalingen van artikel 59 en 69. Of een uitzondering voor een bestaande installatie geldt, hangt af van gegevens die niet uit een eendraadschema af te leiden zijn — onder meer de PEN-doorsnede, het werkelijke begin van de uitvoering ter plaatse en de aanwezigheid van een bewakingstoestel. PlanElec houdt wel rekening met de versoepelingen van Deel 8 door bepaalde bevindingen bij bestaande delen als aanwijzing te tonen in plaats van als fout, maar beslist de uitzondering niet zelf.

Controles van installaties (Deel 6) en de gedragsvoorschriften (Deel 9) vallen buiten het bereik van een planningsinstrument. Enkel de samenstelling van het installatiedossier wordt getoetst.

Wat software principieel niet kan vaststellen

Ook na verdere uitbreiding van het model blijven deze punten afhankelijk van meting, inzage of visuele controle ter plaatse:

  • de werkelijke bedrading, de doorverbinding en de polariteit van de geleiders;
  • de uitschakelkarakteristieken en de DC-geschiktheid van de effectief geplaatste toestellen;
  • de isolatiemeting en de werking van een permanent isolatiebewakingstoestel;
  • de mechanische en chemische weerstand en de corrosietoestand van de aarding;
  • de doeltreffendheid van de automatische uitschakeling en de reële aardingsimpedantie;
  • de geschiktheid en de certificering van omvormers, batterijen en PV-componenten;
  • de zone-indeling, de risicobeoordeling en de omstandigheden ter plaatse.

Wat dit betekent voor uw keuring

Gebruik de zelfcontrole om vermijdbare fouten vroeg te vinden: een ontbrekende differentieelschakelaar, een doorsnede die niet bij de beveiliging past, te veel contactpunten op één kring, een onvolledig dossier. Dat zijn precies de bevindingen die anders pas bij de keuring boven water komen.

Reken er niet op voor de gevallen hierboven. Daar blijven uw vakkennis en het oordeel van het controleorganisme doorslaggevend.

Belangrijk bij elektrische planning

De handleidingen leggen de softwareworkflow uit. Laat ontwerp, uitvoering en documenten waar nodig controleren door een gekwalificeerde elektricien; alleen een erkend controleorganisme voert de officiële keuring uit.

Verder lezen