AREI-dekking
Wat controleert de AREI-zelfcontrole van PlanElec?
De volledige lijst van de regels die PlanElec automatisch toetst — en een even expliciete lijst van wat de zelfcontrole niet beoordeelt.
In PlanElec zitten twee verschillende dingen die makkelijk verward worden.
De geïntegreerde regeltekst is volledig: AREI Boek 1, Versie 06 (K.B. 06.10.2025, van kracht sinds 1 april 2026), Delen 1 tot en met 9, in het Nederlands, Frans en Duits. Die kunt u in de toepassing raadplegen.
De automatische zelfcontrole dekt daarvan slechts een deel. Deze pagina zegt precies welk deel dat is. Wij vermelden de regels die getoetst worden én de gebieden waar de toepassing geen uitspraak doet, omdat een onvolledige controle die zich als volledig voordoet gevaarlijker is dan helemaal geen controle.
De zelfcontrole is een voorbereiding. Het officiële oordeel komt uitsluitend van een erkend controleorganisme.
Wat automatisch getoetst wordt
De toepassing kent op dit moment 38 controles. Daarvan verwijzen er 24 naar een concreet AREI-artikel; de overige 14 zijn praktijkregels of plausibiliteitscontroles die wij als zodanig aanduiden en die geen reglementaire verplichting zijn.
Een controle levert pas een resultaat op wanneer de nodige projectgegevens ingevuld zijn. Ontbreken die, dan markeert het rapport de controle als onvolledig — nooit als geslaagd.
Beveiliging
| Controle | Wat er getoetst wordt | Basis | Ernst |
|---|---|---|---|
| Hoofddifferentieelschakelaar | Aan het hoofd van de installatie moet een differentieelschakelaar van hoogstens 300 mA aanwezig zijn. | AREI 4.2.4.3 | Fout |
| Max. stroomkringen per hooggevoelige differentieel | Hoogstens 8 eindstroomkringen per hooggevoelige differentieelschakelaar (≤ 30 mA). | AREI 4.2.4.3.b | Fout |
| Nominale waarden van rolluikactoren | Rolluikactoren op DIN-rail vragen een automaat of aardlekautomaat stroomopwaarts; beveiligings- en motorlast blijven binnen de gecatalogiseerde ingangs- en kanaalwaarden. | Praktijkregel | Fout |
| Beveiliging van laadpunten (EV-laden) | Een laadpunt vraagt een eigen stroomkring, een toegewijde differentieelschakelaar en buiten minstens IP44. | AREI 7.22.4 | Fout |
| Selectiviteit van differentieelschakelaars (praktijkaanbeveling) | Praktijkadvies: stem gevoeligheid en tijd af tussen boven- en ondergeschikte differentieelschakelaars (IEC 60364-5-53). | Praktijkregel | Waarschuwing |
| 30mA-differentieel voor stopcontactkringen | Alle stopcontactkringen moeten door een differentieelschakelaar van 30 mA beschermd zijn. | AREI 4.2.4.3.b | Fout |
| Overspanningsbeveiliging (SPD) | Een overspanningsbeveiliging (SPD) wordt beoordeeld op aanwezigheid; het AREI legt geen algemene plicht op. | AREI 4.5.1 | Waarschuwing |
| Hoofdschakelaar min. 40 A | Een hoofdschakelaar moet aanwezig zijn en in huishoudelijke installaties minstens 40 A bedragen. | AREI 5.3.5.1.b | Fout |
| Hoofddifferentieel min. 40 A | De differentieelschakelaar aan het voedingspunt moet minstens 40 A nominale stroom hebben. | AREI 5.3.5.3.a | Fout |
| Verdeelbordindeling | Verdeelkast: bezetting binnen het aantal modules, een differentieelschakelaar per rij en een reserve van ongeveer 20 %. | Praktijkregel | Waarschuwing |
| Ingebouwde wandverwarming: differentieel 100 mA | In wanden ingebouwde verwarmingsweerstanden boven 25 V AC vragen een afzonderlijke differentieelschakelaar van 100 mA. | AREI 4.2.4.3.b | Fout |
| Poolconfiguratie van huishoudelijke installatie | Eenpolige automaten zijn in Belgische woningen met sterschakeling niet toegelaten; gebruik 1P+N. | AREI 4.4.4.2 | Waarschuwing |
| Uitschakelkarakteristiek tegenover belastingstype | Praktijkadvies: de karakteristiek B, C of D van de automaat moet passen bij het type belasting. | Praktijkregel | Waarschuwing |
| Back-upbeveiliging van voedingsleidingen tussen verdeelborden | Een voedingsleiding naar een onderverdeler vraagt een eigen beveiliging in de voedende kast en een consistente koppeling. | AREI 4.4.1.4 | Fout |
| Uitschakelvermogen tegenover kortsluitstroom | Het uitschakelvermogen van elke automaat moet de verwachte kortsluitstroom aankunnen; enkel gecontroleerd bij ingevulde waarde. | AREI 5.3.5.5 | Fout |
Aarding
| Controle | Wat er getoetst wordt | Basis | Ernst |
|---|---|---|---|
| Hoofdequipotentiale verbinding | Er moet een hoofdequipotentiaalverbinding (aardingsrail) aanwezig zijn. | AREI 4.2.3.2 | Fout |
| Aardingselektrode (aardingslus/aardpen) | Bij een TT- of IT-net moet een aardingselektrode gedocumenteerd zijn. | AREI 4.2.3 | Fout |
| Plausibiliteit van aarding en netaansluiting | Plausibiliteitscontrole: een openbare huishoudelijke 3×230 V-aansluiting met een opgeslagen TN-stelsel vraagt nazicht. | Praktijkregel | Waarschuwing |
Kabels en dimensionering
| Controle | Wat er getoetst wordt | Basis | Ernst |
|---|---|---|---|
| Kabeldoorsnede | De kabeldoorsnede moet passen bij de nominale stroom van de beveiliging. | AREI 5.2.2 | Fout |
| Spanningsval (ΔU) | Spanningsval berekend uit kabellengte: richtwaarde 3 % voor verlichting en 5 % voor andere eindstroomkringen. | AREI 5.2.5 | Fout |
| CPR-brandklasse van kabels | Afzonderlijk geplaatste kabels moeten de eigenschap F1 hebben of minstens CPR-klasse Eca halen; klasse Fca is niet toegestaan. | AREI 5.2.7.2 | Fout |
| Bekabeling in holle wanden: Cca/Preflex | Kabels in bouwkundige holle ruimtes lopen in een mantelbuis (Preflex) of halen minstens CPR-klasse Cca. | AREI 4.3.3.5.b | Fout |
Belasting van stroomkringen
| Controle | Wat er getoetst wordt | Basis | Ernst |
|---|---|---|---|
| Max. contactpunten per eindstroomkring | Hoogstens 8 stopcontacten en vaste toestellen per eindstroomkring; zuivere lichtpunten tellen niet mee. | AREI 5.3.5.2b | Fout |
| Faseonbalans | Praktijkadvies: de onbalans tussen de fasen blijft best onder 30 %. | Praktijkregel | Waarschuwing |
Ruimtes en zones
| Controle | Wat er getoetst wordt | Basis | Ernst |
|---|---|---|---|
| 30mA-beveiliging voor vochtige ruimten | Stopcontacten in vochtige ruimtes moeten door een differentieelschakelaar van 30 mA beschermd zijn. | AREI 4.2.4.4 | Fout |
| 30mA-differentieel voor badkamerkringen | Alle stroomkringen in badkamers en vochtige ruimtes moeten door een differentieelschakelaar van 30 mA beschermd zijn. | AREI 7.1.4.3 | Fout |
| Badkamerzones 0/1/2: toegelaten materieel | In badkamervolumes 0, 1 en 2 is enkel bepaald materieel toegelaten; verdeelkasten zijn er verboden. | AREI 7.1.5.2 | Fout |
| Rookmelderdekking (aanbeveling) | Niet-bindend advies op basis van de gewestelijke woningregels; het AREI zelf schrijft rookmelders voor woningen niet voor. | Praktijkregel | Waarschuwing |
Topologie en besturing
| Controle | Wat er getoetst wordt | Basis | Ernst |
|---|---|---|---|
| Stuurwegen van elektrische rolluiken | Plausibiliteitscontrole: directe schakelaars, actoringangen, centrale bedieningen en aandrijvingstypes vormen samen een samenhangend besturingstraject. | Praktijkregel | Fout |
Fotovoltaïsche installatie
| Controle | Wat er getoetst wordt | Basis | Ernst |
|---|---|---|---|
| Conformiteit van PV-installatie | PV-installatie: anti-eilandbedrijf, aarding van de modulekaders, waarschuwingsborden en kenmerking van DC- en AC-geleiders. | AREI 7.112.2 | Fout |
| Somstroom in verdeelborden met meerdere voedingsbronnen | Bij een verdeelkast met eigen opwekking worden net- en bronstroom per fase opgeteld op gemeenschappelijk belaste secties. | Praktijkregel | Fout |
Volledigheid van het dossier
| Controle | Wat er getoetst wordt | Basis | Ernst |
|---|---|---|---|
| Volledige verbindingen | Elk element in het schema moet aangesloten zijn; losse knooppunten wijzen op een onvolledig model. | Praktijkregel | Waarschuwing |
| Min. aantal verlichtingskringen | Praktijkadvies: minstens twee verlichtingsstroomkringen per wooneenheid. | Praktijkregel | Waarschuwing |
| Afzonderlijke stroomkringen voor grootverbruikers | Grote toestellen zoals wasmachine, droogkast, vaatwasser, kookplaat en oven vragen elk een eigen stroomkring. | AREI 4.3.3.3 | Fout |
| Installatiedossier (AREI 9.1.2) | Het installatiedossier vraagt een eendraadschema, een situatieplan en een volledige cartouche; PV vraagt bijkomende documenten. | Praktijkregel | Waarschuwing |
| Plaatsing van verbindings-/aftakdozen | Structurele aftakdozen moeten precies één keer en consistent in het schema voorkomen. | AREI 3.1.2.3 | Waarschuwing |
| Niet-gekoppelde elektrische grondplansymbolen | Toestellen op het grondplan zonder koppeling aan de elektrische topologie worden als informatie gemeld. | Praktijkregel | Informatie |
| Plausibiliteit van schakelgroepen | Plausibiliteitscontrole: een schakelgroep bevat minstens één schakelaar en minstens één geschakelde belasting. | Praktijkregel | Waarschuwing |
Wat de zelfcontrole niet beoordeelt
Deze onderdelen van Boek 1 blijven bewust buiten de automatische toetsing:
Bijzondere installaties en ruimtes (Deel 7). Van de veertien hoofdstukken raakt PlanElec er drie, en die telkens gedeeltelijk: ruimtes met bad of douche (7.1), voeding van elektrische wegvoertuigen (7.22) en huishoudelijke fotovoltaïsche installaties (7.112). Niet gedekt zijn zwembaden (7.2), sauna's (7.3), werf- en buiteninstallaties (7.4), enge geleidende ruimtes (7.6), campings (7.8), jachthavens (7.9), foorinstallaties (7.11), fonteinen (7.100), stationerende voertuigen (7.101), explosieve atmosferen (7.102) en industriële accumulatorbatterijen (7.103).
De gelijkstroomzijde. Het model kent geen afzonderlijke rollen voor de geleiders L+, L-, M, PEM en PEL. Daardoor zijn geleiderkeuze, kleurstelling, gecombineerde beschermingsgeleiders, DC-differentieelgevoeligheid, de bescherming van de M-geleider en permanente isolatiebewaking bij een IT-stelsel niet toetsbaar. Voor PV blijft dat handwerk.
De overgangsbepalingen van artikel 59 en 69. Of een uitzondering voor een bestaande installatie geldt, hangt af van gegevens die niet uit een eendraadschema af te leiden zijn — onder meer de PEN-doorsnede, het werkelijke begin van de uitvoering ter plaatse en de aanwezigheid van een bewakingstoestel. PlanElec houdt wel rekening met de versoepelingen van Deel 8 door bepaalde bevindingen bij bestaande delen als aanwijzing te tonen in plaats van als fout, maar beslist de uitzondering niet zelf.
Controles van installaties (Deel 6) en de gedragsvoorschriften (Deel 9) vallen buiten het bereik van een planningsinstrument. Enkel de samenstelling van het installatiedossier wordt getoetst.
Wat software principieel niet kan vaststellen
Ook na verdere uitbreiding van het model blijven deze punten afhankelijk van meting, inzage of visuele controle ter plaatse:
- de werkelijke bedrading, de doorverbinding en de polariteit van de geleiders;
- de uitschakelkarakteristieken en de DC-geschiktheid van de effectief geplaatste toestellen;
- de isolatiemeting en de werking van een permanent isolatiebewakingstoestel;
- de mechanische en chemische weerstand en de corrosietoestand van de aarding;
- de doeltreffendheid van de automatische uitschakeling en de reële aardingsimpedantie;
- de geschiktheid en de certificering van omvormers, batterijen en PV-componenten;
- de zone-indeling, de risicobeoordeling en de omstandigheden ter plaatse.
Wat dit betekent voor uw keuring
Gebruik de zelfcontrole om vermijdbare fouten vroeg te vinden: een ontbrekende differentieelschakelaar, een doorsnede die niet bij de beveiliging past, te veel contactpunten op één kring, een onvolledig dossier. Dat zijn precies de bevindingen die anders pas bij de keuring boven water komen.
Reken er niet op voor de gevallen hierboven. Daar blijven uw vakkennis en het oordeel van het controleorganisme doorslaggevend.
Belangrijk bij elektrische planning
De handleidingen leggen de softwareworkflow uit. Laat ontwerp, uitvoering en documenten waar nodig controleren door een gekwalificeerde elektricien; alleen een erkend controleorganisme voert de officiële keuring uit.
Verder lezen
Aan de slag: van project tot eerste export
Bouw stap voor stap een PlanElec-project op: projectgegevens, grondplan, ruimtes, elektrische punten, verdeelkast, schema en export.
Automatische planning gebruiken en controleren
Gebruik PlanElec-voorstellen voor verbruikers, schakelketens, kabelroutes, stroomkringen, fasen en de verdeelkast zonder de technische controle over te slaan.