FAQ

Aarding in België: TT- vs. TN-S-systeem uitgelegd

Verschillen tussen het TT- en TN-S-aardingssysteem voor Belgische elektro-installaties volgens AREI Art. 4.2.3.2 en 4.2.4.3.

Gepubliceerd op 20 maart 2026 4 min min leestijd

Aarding in België: TT vs. TN-S

In België is het TT-systeem de standaard voor woninginstallaties. Elk gebouw krijgt een eigen aardpen (aardelektrode), die onafhankelijk van het distributienet de aarding verzorgt. Het TN-S-systeem, waarbij de beschermgeleider door de netbeheerder wordt meegeleverd, komt vooral voor bij nieuwbouw en industriële gebouwen.

Wat is een TT-systeem?

Bij het TT-systeem (Terra-Terra) heeft het distributienet zijn eigen aardelektrode bij de transformator, en de verbruikersinstallatie heeft een afzonderlijke, lokale aardelektrode (typisch een aardpen of funderingsaarder). De beschermgeleider (PE) is niet verbonden met de nulleider van het net.

Wat is een TN-S-systeem?

Bij het TN-S-systeem (Terra-Neutral-Separé) wordt de beschermgeleider (PE) door de netbeheerder vanaf de transformator apart van de nulleider (N) gevoerd. De aarding gebeurt via de netverbinding, niet via een lokale aardelektrode.

Vergelijkingstabel

EigenschapTT-systeemTN-S-systeem
AardingsbronEigen aardpen/funderingsaarderBeschermgeleider van netbeheerder
Verspreiding in BelgiëStandaard (bestaand + nieuwbouw)Nieuwbouw, industrie
Differentieel verplicht300 mA hoofd-RCD + 30 mA groeps-RCD's voor stopcontacten/bijzondere ruimtes (Art. 4.2.4.3)Sinds AREI 2020: 30 mA RCD voor stopcontactkringen eveneens verplicht (Art. 4.2.4.3)
AardingsweerstandMax. 100 Ω absolute grenswaarde (Art. 4.2.3.2); 30 Ω is regulatorische drempel (Art. 4.2.4.3_b) — bij overschrijding bijkomende RCD's vereistDoor netbeheerder gegarandeerd
VoordeelOnafhankelijk van het netBetrouwbaardere aarding
NadeelAardpen moet onderhouden wordenAfhankelijk van netbeheerder
FoutstroomonderbrekingEnkel via differentieel mogelijkOok via zekering mogelijk

AREI-vereisten

AREI ArtikelVereiste
Art. 4.2.3.2Aardingsweerstand in huishoudelijke installaties moet onder 100 Ω liggen (absolute grenswaarde)
Art. 4.2.4.3_b30 Ω is regulatorische drempel: bij overschrijding zijn minstens twee 30 mA-RCD's met elk max. 16 stopcontacten vereist
Art. 4.2.3.4_cFormule R_E ≤ U_L / I_A — bij 300 mA en U_L = 50 V geeft dit max. ~166 Ω
Part 6, Art. 6.4.6Aardingsinstallatie moet regelmatig gecontroleerd worden (periodieke controle)
Art. 4.2.4.3RCD (differentieelbeveiliging) is verplicht — bij TT en sinds AREI 2020 ook bij TN-S voor stopcontactkringen
Art. 9.1Het type aardingssysteem moet gedocumenteerd worden (documentatieverplichtingen)

Aardpen controleren

Bij het TT-systeem moet de aardingsweerstand bij elke elektrokeuring worden gemeten. AREI Art. 4.2.3.2 legt voor huishoudelijke installaties een absolute grenswaarde van 100 Ω vast. Art. 4.2.3.4_c definieert de formule R_E ≤ U_L / I_A (bij 300 mA hoofd-RCD en U_L = 50 V geeft dit max. ~166 Ω). De waarde 30 Ω is een regulatorische drempel (Art. 4.2.4.3_b): bij overschrijding schrijft het AREI bijkomende 30 mA-RCD's voor. Als de weerstand te hoog is, kan een bijkomende aardpen of diepteaarder nodig zijn.

Typische oorzaken van een te hoge aardingsweerstand:

  • Droge, zandige grond
  • Gecorrodeerde aardpen
  • Te korte aardpen (minimum 1,50 m diepte aanbevolen)

TT of TN-S: Wat is beter?

Beide systemen zijn veilig als ze correct geïnstalleerd zijn. In de praktijk heeft het TT-systeem het voordeel van onafhankelijkheid van het distributienet — een fout in het net beïnvloedt de lokale aarding niet. Sinds het AREI 2020 is ook bij TN-S-systemen een 30 mA RCD voor stopcontactkringen (Art. 4.2.4.3) verplicht. De vrijstelling van de RCD-plicht bij TN-S geldt enkel voor bepaalde oudere installaties (Part 8).

Gerelateerde artikelen

Documenteer uw aardingssysteem conform de normen met PlanElec — AREI-conforme schema's automatisch aangemaakt.